|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
 |
| |




|
|

 |
Nieuwe Wet
ruimtelijke ordening!
De inwerkingtreding
van de nieuwe Wet ruimtelijke odening
(Wro) is voorzien op 1 juli 2008. De
belangrijkste factor die hierop van
invloed is, is de behandeling van de
Invoeringswet Wro door beide Kamers
der Staten-Generaal en de wettelijke
vaststellingsprocedure van het Besluit
ruimtelijke ordening (Bro).
De nieuwe Wro legt de basis voor een
duurzame leefomgeving! In de memorie
van toelichting staat dat het bieden
van fysieke ruimte en het realiseren
van een duurzame ruimtelijke kwaliteit
beleidsmatig onlosmakelijk zijn. “Een
goede ruimtelijke ontwikkeling streeft
naar het bevorderen van een duurzame
ruimtelijke kwaliteit in een dynamische
samenleving”. Voor enkele belangrijke
instrumenten, zoals bij het bestemmingsplan,
wordt het bestaande criterium “in
het belang van een goede ruimtelijke
ordening” gehanteerd maar dan
in het licht van de gewijzigde context
dat duurzame ruimtelijke kwaliteit mede
richting en inhoud geeft aan het criterium
“een goede ruimtelijke ordening”.
In de nieuwe Wro komen de planologische
kernbeslissing (PKB) en het streekplan
te vervallen. In plaats van het streekplan
komt de provinciale structuurvisie (PRSV)
die de basis vormt voor provinciale
bestemmingsplannen en verordeningen.
Streekplan & Ruimtelijke
structuurvisie
De provincie Zuid-Holland heeft
in 2004 alvast een PRSV voor de gehele
provincie en voor de middellange termijn
opgesteld. Hierin geeft het provinciebestuur
haar visie op de ruimtelijke ontwikkeling
van Zuid-Holland en de opgaven die daarbij
horen.
De status van deze structuurvisie is
anders dan die van een streekplan of
het Ruimtelijk Plan Regio Rotterdam
2020 (RR2020). De provinciale structuurvisie
is zelfbindend. Dit wil zeggen dat de
provincie de visie gebruikt als richtsnoer
voor het eigen ruimtelijke beleid van
de provincie. Deze visie heeft geen
directe werking of juridische consequenties
voor burgers of andere overheden zoals
gemeenten.
RR2020 heeft daarentegen wel een politiek-bestuurlijke
bindende werking voor gemeenten en andere
overheden. Dit wil zeggen dat de ruimtelijke
keuzes behoren te worden overgenomen
in een bestemmingsplan zodat geen maatschappelijk
onduidelijkheid ontstaat.
De nieuwe rol van de provincie op het
gebied van (boven)regionale gebiedsontwikkeling
vraagt om nauwe samenwerking met andere
overheden, maatschappelijke organisaties
en marktpartijen. De PRSV speelt in
op deze rolverandering.
Volgens de nieuwe Wro stellen Rijk,
provincies en gemeenten straks een strategisch
beleidsdocument op over de ruimtelijke
ontwikkelingen (Structuurvisie) in een
bepaald gebied. Een structuurvisie komt
in de plaats van de planologische kernbeslissing
(Rijk), het streekplan (provincie) en
het structuurplan (gemeente).
Beleidsdoelen uit de structuurvisie
worden gerealiseerd nadat deze zijn
overgenomen in het bestemmingsplan.
Het bestemmingsplan wordt in principe
opgesteld door de gemeente.
Bestemmingsplan
Het bestemmingsplan is van
een geheel andere aard en betekenis
dan alle hiervoor genoemde plannen.
Het is het enige plan dat de burgers
rechtstreeks bindt.
Cruciale elementen in het bestemmingsplan
zijn in dit verband: de relatie met
de bouwvergunning (Woningwet), de mogelijkheid
om te bepalen of aanlegvergunning nodig
is en het feit dat het bestemmingsplan
een titel biedt voor onteigening. De
aard van het instrument “bestemmingsplan”
rechtvaardigt de relatief zware bestuursrechtelijke
procedure, met veel mogelijkheden voor
inspraak en beroep.
De positie van het bestemmingsplan wordt
in de nieuwe Wro versterkt door, onder
meer, de volgende maatregelen:
Bestemmingsplannen worden verplicht
voor het gehele gemeentelijke grondgebied;
- Bestemmingsplannen moeten
binnen een periode van tien
jaar, gerekend vanaf de datum
van vaststelling van het bestemmingsplan,
opnieuw worden vastgesteld.
Doen gemeenten dit niet, dan
kunnen zij geen rechten meer
heffen voor verleende diensten
verband houdend met het desbetreffende
bestemmingsplan. Dit betekent
overigens niet dat gemeenten
geen bouwvergunningen meer kunnen
verlenen, gemeenten kunnen alleen
de kosten daarvan niet in rekening
brengen;
- De bestemmingsplanprocedure
halveert van ruim een jaar naar
ongeveer 22 tot 24 weken;
- Buitenplanse vrijstellingen
(art. 19 huidige WRO) worden
beperkt tot een 'kruimellijst';
- Iedereen kan bij de gemeenteraad
een verzoek tot herziening van
het bestemmingsplan indienen;
- Digitalisering van bestemmingsplannen
wordt verplicht;
- Er is niet langer sprake
van goedkeuring van een bestemmingsplan
door de provincie;
- Provincies en Rijk kunnen
in een bestemmingsplanprocedure
een aanwijzing geven;
- Gemeenten doen jaarlijks
verslag van hun ruimtelijk beleid
(o.a. actualiteit bestemmingsplannen
en handhavingsbeleid).
|
Aanwijzingsbevoegdheid
Provincies en Rijk kunnen in een bestemmingsplanprocedure
een zogenaamde “reactieve aanwijzing”
geven. De reden hiervan is dat het stelsel
van de nieuwe Wro er vanuit gaat dat
de provincie pro-actief optreedt. Het
gaat hierbij om de gevallen waarin provincie
of Rijk uit een oogpunt van een provinciaal
of nationaal belang bezwaar hebben tegen
(een onderdeel van) het nieuw vastgestelde
bestemmingsplan of dat zij de geldende
bestemming willen voortzetten.
Opgemerkt wordt dat uit het rechtsstatelijke
ordeningsbeginsel volgt dat maatschappelijke
belangen in eerste instantie op het
meest nabije bestuursniveau worden behartigd,
totdat is vastgesteld dat een adequate
belangenbehartiging op dat schaalniveau
niet langer verantwoord is, omdat de
belangen het lokale niveau overstijgen
en een effectieve en evenwichtige afweging
van de betrokken openbare belangen alleen
op een hoger bestuurlijk schaalniveau
kan plaatsvinden.
Hieruit valt te concluderen dat de Provincie
zich terughoudend op zal stellen naar
het bestuursorgaan dat op grond van
de Wro is aangewezen als bevoegd bestuursorgaan.
Ten slotte
Bij het samenstellen van deze
toelichting is gebruik gemaakt van algemeen
ter beschikking staande informatie en
publicaties.
Als u geïnteresseerd bent en een
vraag heeft; neem dan contact op met
Adviesbureau Pors – Milieu &
Omgeving. |

|
|
|
|
|
|
|
|
|
|